Nieuwe bouwregels opladen elektrische voertuigen (EV’s) in parkeergarages

In een eerder gepubliceerd artikel schreven we al over de intentie van de wetgever om, bij de vervanging van het Bouwbesluit 2012, naar het Besluit Bouwwerken en Leefomgeving (verkort BBL), een verplichting op te nemen voor de aanwezigheid van een sprinklerinstallatie in nieuw te bouwen parkeergarages onder een gebouw met een gebruiksfunctie waarin geslapen wordt. Met als doel: het beperken van de gevolgen van de ontstane brand.

Maar naast het beperken van de gevolgen, heeft de wetgever ook enkele nieuwe brandpreventieve maatregelen voorgesteld in de herziene ontwerpnota, die medio februari 2022 is aangeboden aan de Tweede Kamer.

Voorgestelde wijziging BBL

De wetgever heeft de intentie om, bij de vervangen van het huidige Bouwbesluit 2012 naar het Besluit Bouwwerken en Leefomgeving (kort genoemd Bbl), nieuwe  bouwregels op te nemen aangaande de gebouwgebonden elektrische installatie in een “overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen” (lees: in een parkeergarage).

Zo dienen laadpunten voor EV’s beveiligd te worden tegen storingen die kunnen leiden tot een brand, moet er een systeem aangebracht worden om alle laadpunten tegelijkertijd uit te schakelen en dient er duidelijke informatie aanwezig te zijn over dit systeem en de locatie van de laadpunten in de parkeergarage, ten behoeve van de brandweerinzet.

Wat houden deze nieuwe bouwregels in de praktijk in? Moeten alle gebouwen en laadpunten voldoen aan deze regels? En zo ja, wat houden deze eisen dan in?

Aan welke eisen dienen de laadpunten te voldoen?

Om de kans op een brand te beperken worden extra eisen gesteld aan de laadpunten voor EV’s in parkeergarages. Laadpunten dienen van het type Mode 3 of 4 te zijn volgens de NEN 1010. Deze laadmodi zijn beter beveiligd tegen storingen die kunnen leiden tot brand.

De omschrijving van de laadmodi 1 t/m 4 is terug te vinden in de ontwerpnorm voor elektrische laagspanningsinstallaties, de NEN 1010. Vrij vertaald staat hier in dat er bij Mode 3 en 4 een elektrisch of mechanisch systeem aanwezig moet zijn die voorkomt dat een stekker in het wandcontact kan worden gestoken/losgekoppeld, tenzij de voeding van het wandcontact óf de voertuigaansluiting is uitgeschakeld.

In onderstaande illustratie hebben we de vier laadtypen schematisch weergegeven, waarbij opgemerkt moet worden dat alleen Mode 3 en 4 (bij invoering van de Bbl)  in een parkeergarage zijn toegestaan voor nieuw te plaatsen laadpunten.

De eisen gelden overigens alleen voor de in het blauw weergegeven gebouwgebonden elektra-installatieonderdelen. De in het zwart weergegeven onderdelen zijn over het algemeen in het bezit van de eigenaar/bereider van het elektrische voertuig.

Mode 1

Het elektrische voertuig, of de (afneembare) accu, wordt via een kabel verbonden met een normaal stopcontact/wandcontactdoos (Schuko). Bij deze laadmethode ontbreekt de communicatie tussen het voertuig en de gebouwgebonden installatie en daarmee ontbreekt het ook aan een veiligheidssysteem.

Deze laadmethode wordt niet gebruikt voor personenvoertuigen omdat bij personenvoertuigen aan de zijde van het voertuig uitsluitend een speciale stekker (bijvoorbeeld een Mennekes Type 2) noodzakelijk is voor de communicatie met het BMS (battery management system).

Mode 2

Het elektrische voertuig wordt via een losse laadkabel verbonden met een normaal stopcontact/wandcontactdoos. In tegenstelling tot Mode 1 bevindt zich aan de voertuigzijde een op het voertuig afgestemde stekker, zoals een Mennekes Type 2.

Tussen beide stekkers is een stroombegrenzer (ICCB: In-Cable Control Box) aanwezig,  die functioneert als mobiele veiligheidsvoorziening om het laadvermogen te regelen.

Mode 3

Het elektrische voertuig wordt via een losse laadkabel verbonden met een afzonderlijk laadstation, ook wel een “Wallbox” genoemd. In tegenstelling tot Mode 2 is deze stekker zowel aan de laadstation- als aan de voertuigzijde voorzien van een speciale stekker, zoals een Mennekes Type 2.

Er zit géén stroombegrenzer (ICCB) in de kabel, omdat de kabel en de stekker faciliteren in de communicatie tussen het voertuig en het laadstation. Er is sprake van “gecontroleerd laden”, omdat deze communicatie het mogelijk maakt om het juiste vermogen te bepalen en bij afwijkingen tijdens het laden de installatie spanningsloos te maken.

Mode 4

Het elektrische voertuig wordt rechtstreeks verbonden met het afzonderlijke laadstation. Bij deze mode zijn de laadkabel, monitorings- en beveiligingsfuncties permanent verbonden met het laadstation.

De laadtechniek van Mode 4 is volledig anders dan in de andere modi. Waar bij Mode 2 en 3 de omvormer in de EV zorgt voor het omzetten van wisselstroom vanuit het gebouw naar gelijkstroom voor de accu, verzorgen Mode 4 laadstations zelf de omvorming van de gebouwgebonden wisselstroom naar gelijkstroom. Het laadstation wordt als het ware direct aangesloten op de accu van de EV, waarna het laadstation het volledige laadproces bepaalt. Deze mode wordt in de praktijk ook wel “snelladen” genoemd.

Waarom zijn alleen Mode 3 en 4 nog maar toegestaan?

Bij Mode 1 is er geen veiligheidsvoorziening aanwezig die ervoor zorgt dat de gebouwgebonden installatie wordt uitgeschakeld wanneer er sprake is van een probleem bij het laden. Hoewel bij Mode 2 de ICCB aanwezig is – die richting het voertuig de kabel spanningsloos kan schakelen – wordt ook hier de gebouwgebonden installatie niet uitgeschakeld. Pas bij kortsluiting, overbelasting of een aardlek zal de elektrische installatie uitgeschakeld worden.

Bij Mode 3 en 4 wordt aan de gebouwgebonden installatiezijde – bij een probleem bij het laden – de installatie spanningsloos gemaakt.

Veilige brandweerinzet

Om de brandweer bij een brand in een parkeergarage meer veiligheid te bieden wordt het verplicht om een systeem aan te brengen waarmee de laadpunten tegelijkertijd uitgeschakeld kunnen worden. Hiermee heeft de brandweer de zekerheid dat er geen elektrische spanning meer op de laadpunten staat en er geen gevaarlijke situaties meer ontstaan ten tijde van het blussen.

Dit kan worden uitgevoerd als een traditionele brandweerschakelaar, zoals ook al gebruikt wordt voor CV-installaties en zonnepanelen.

Daarbij wordt het tevens verplicht om bij de toegang van de parkeergarage een voorziening te treffen om kenbaar te maken hoe het bovenstaande systeem is uitgevoerd én waar de laadpunten voor elektrische voertuigen zich in de parkeergarage bevinden. Hiermee weet de brandweer bij een brand in een parkeergarage waar de laadpunten staan, omdat een brand bij een laadpunt een andere brandweerinzet vraagt.

Denk hierbij aan een reguliere aanvalsplattegrond, uitgebreid met een locatieaanduiding voor laadpunten en instructies voor uitschakeling van de laadpunten.

Gelden de eisen voor zowel nieuwe als bestaande gebouwen?

Ja, de verplichtingen gelden voor alle nieuw aan te leggen laadpunten voor EV’s, in zowel nieuwe gebouwen, te verbouwen gebouwen als bestaande gebouwen. Dit houdt concreet in dat bestaande laadpunten niet aan de nieuwe eisen behoeven te voldoen.

Wanneer gaan deze nieuwe eisen in?

Met de invoering van de Omgevingswet vervalt het huidige Bouwbesluit 2012 en worden de technische bouwvoorschriften opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving, kortweg het Bbl. De invoering van de Omgevingswet is in het verleden meermaals uitgesteld. 1 oktober 2022 óf 1 januari 2023 worden op het moment van schrijven van dit bericht genoemd als mogelijke nieuwe data. De eisen zullen dus op zijn vroegst vanaf 1 oktober 2022 gaan gelden voor nieuw te plaatsen laadpunten in zowel nieuwe als bestaande gebouwen.

Sprinklerinstallaties in parkeergarages

Naast de nieuwe eisen aan elektrische installaties voor het opladen van elektrisch aangedreven voertuigen in parkeergarages zijn er ook eisen opgenomen voor de aanwezigheid van een sprinklerinstallatie in nieuw te bouwen parkeergarages onder een gebouw met een gebruiksfunctie waarin geslapen wordt. Wil je hier meer over weten? Lees dan ons volgende artikel.

Wil jij meer informatie over het plaatsen van laadpunten voor elektrisch aangedreven voertuigen in parkeergarages? Of heb je vragen over hoe je veiligheidsvoorzieningen mee kunt nemen in de ontwerpfase? Neem vrijblijvend contact met ons op. Het team van vb&t Brandveiligheid & Milieu kan u namelijk voorzien van een brandveiligheidsscan op locatie.